“Schoolpoort vertaalt een wetenschappelijk gefundeerde visie naar een toekomstbestendig onderwijsproduct”

Dr. Chris van Klaveren Associate Professor Vrije Universiteit Education Sciences & Economics of Education.

De afgelopen jaren is de diversiteit in onderwijsbehoefte enorm toegenomen (zowel in termen van gedrag als in cognitie). Toekomstbestendig onderwijs moet daarom aansluiten bij de persoonlijke onderwijsbehoefte van leerlingen en rekening houden met de toegenomen verschillen tussen leerlingen (Paludan, 2006; Onderwijsraad, 2011). Ook de samenleving, ouders en leerlingen verwachten in toenemende mate dat scholen aansluiten bij individuele behoeften en talenten (Sectorakkoord VO 2014-1017). Scholen erkennen het belang van gepersonaliseerd onderwijs maar geven tegelijkertijd aan dat het voor docenten onmogelijk is om effectieve en efficiënte gepersonaliseerde lesprogramma’s te ontwikkelen; zowel door een gebrek aan tijd en mogelijkheden omtrent de specifieke behoeften per leerling (Coubergs e.a., 2015). De huidige administratieve lastendruk voor docenten is, bijvoorbeeld, enorm, en de klassengrootte in het Nederlandse onderwijssysteem zorgt ervoor dat het voor docenten in de praktijk moeilijk is om ieder kind optimaal te voorzien in de persoonlijke onderwijsbehoefte.

Recente technologische ontwikkelingen die op termijn effectief en efficiënt gepersonaliseerd onderwijs kunnen bieden worden bestempeld als veelbelovend. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ICT-gebruik binnen de onderwijspraktijk sterk is toegenomen, maar tegelijkertijd geldt dat deze slechts beperkt worden gebruikt om onderwijs gepersonaliseerd aan te bieden (OCW, 2015; OECD, 2015). Bovendien laten wetenschappelijke studies zien dat bestaande vormen van gedigitaliseerd gepersonaliseerd onderwijs geen of zelfs een negatief effect kunnen hebben op de leeruitkomsten (Van Klaveren et al., 2016). Een recent OECD-rapport (2015) ondersteunt deze conclusie en benoemd twee belangrijke oorzaken: 1) Het didactische en technische fundament van huidige vormen van digitaal gepersonaliseerd zijn onduidelijk en niet wetenschappelijk onderbouwd en 2) De implementatie van digitale vormen van gepersonaliseerd onderwijs zijn niet effectief of niet getoetst op effectiviteit. De huidige discussie over gepersonaliseerd onderwijs richt zich vooral op de vormgeving van onderwijs binnen de schoolmuren. De toegenomen diversiteit in onderwijsbehoefte roept echter de vraag op of onderwijssysteem niet dynamischer en meer gepersonaliseerd vormgegeven zou moeten worden. Het is, bijvoorbeeld, opmerkelijk dat onderwijssystemen in veel landen vrijwel niet veranderen en dat scholen nog steeds een ‘one-size-fits-all’ aanpak hebben. Er wordt dus wel gepersonaliseerd binnen scholen maar niet ten aanzien van het curriculum, de timing en de invulling van het onderwijsaanbod. Een gevolg kan zijn dat het onderwijsfundament niet goed aansluit bij de onderwijsbehoefte, waardoor het onderwijs veel effectiever en efficiënter vormgegeven had kunnen worden.

Schoolpoort biedt een wetenschappelijke gefundeerde visie over toekomstbestendig onderwijs met als doel om het onderwijsfundament beter te laten aansluiten bij de onderwijsbehoefte. Er wordt vertrokken vanuit de visie dat niet het onderwijssysteem maar de onderwijsbehoefte van het kind leidend moet zijn bij de vormgeving van toekomstbestendig onderwijs. Enerzijds, wordt er op een structurele manier toegewerkt naar een situatie waarin de talenten van kinderen beter ontwikkeld worden. Anderzijds, wordt binnen dat proces rekening gehouden met eigendomsrechten van leerlinggegevens, de administratieve- en onderwijsbelasting van docenten, en de praktische haalbaarheid van het implementeren van specifieke innovaties. Een unieke innovatie in schoolpoort is dat nagegaan kan worden welke leermiddelen het beste werken voor welke leerling. Op deze manier kan worden onderzocht welke gepersonaliseerde onderwijsvorm voor leerlingen het beste werkt en kunnen leraren en ouders geïnformeerd worden over welke leermiddelen effectief zijn. De aanpak van schoolpoort spreekt aan wat verklaart dat in korte tijd 70 scholen hebben besloten samen met schoolpoort effectiever en efficiënter gepersonaliseerd onderwijs te realiseren.

 

 

Eigenaarschap persoonlijke gegevens
Kinderen laten gedurende hun schoolcarrière ‘data-sporen’ achter (cito scores, medische gegevens, docentbeoordelingen, indicaties, etc.). Deze sporen bevatten cruciale gegevens die helpen om het onderwijsleerproces effectiever en efficiënter vorm te geven, maar het is van groot belang dat de privacy van deze gegevens gewaarborgd zijn. Voor ouders is het echter onduidelijk welke gegevens bewaard worden en vaak hebben zij geen toegang tot de data-sporen gemaakt door hun eigen kind. In sommige gevallen is het eigenaarschap van datasporen bij wet geregeld. Voor een arts is het van groot belang dat gegevens niet openbaar zijn vanuit medisch beroepsgeheim. De overheid moet toegang krijgen tot sommige gegevens zodat bepaald kan worden hoeveel financiering de school ontvangt, of vastgelegd kan worden welk schooladvies het kind ontvangt. Tegelijkertijd is er strenge regelgeving die de privacy van kinderen waarborgt en deze wetgeving moet duidelijk en op een begrijpbare manier gecommuniceerd worden aan ouders. Ouders zijn dan goed geïnformeerd over welke gegevens bij wet gebruikt mogen worden door welke partijen, en over de gegevens waarvoor zij toestemming moeten geven alvorens deze gebruikt mogen worden.

Schoolpoort waarborgt de privacy en reguleert het gebruik van gegevens op een slimme manier. Wanneer kinderen naar school gaan ontvangen zij een beveiligde digitale kluis. Ouders (en hun kinderen) worden dan geïnformeerd over welke gegevens geplaatst gaan worden binnen het kluisje door schoolpoort en met welke partijen deze informatie wordt gedeeld. Gegevens die niet gedeeld hoeven te worden op basis van wetgeving en waarvoor geen gebruikerstoestemming is afgegeven zijn dan ook niet zichtbaar voor andere partijen.

Het gebruik van een digitale kluis per leerling is een grote vooruitgang omdat er binnen schoolpoort één administratief systeem ontstaat waarbinnen alle onderwijsgegevens bewaard worden en voor alle betrokkenen in het onderwijsproces op een juiste manier toegankelijk zijn, inclusief ouders en kinderen. Voor docenten betekent schoolpoort een administratieve lastenvermindering omdat er nog maar één administratief systeem zal zijn waarbinnen alle onderwijsgegevens worden opgeslagen. Bovendien kan leerprogressie direct binnen schoolpoort gevisualiseerd worden op een overzichtelijke manier.

Effectiever gebruik van leermiddelen door gepersonaliseerde aanbevelingen

Het administratieve systeem van schoolpoort kan progressie van leerlingen nauwkeurig en efficiënt in kaart brengen. Schoolpoort zorgt er echter ook voor dat leermiddelen effectiever ingezet kunnen worden. Ten eerste, door een wetenschappelijk onderbouwd conceptueel kader te bieden wat inzicht geeft in hoe optimaal geleerd kan worden in een gepersonaliseerde leeromgeving. Ten tweede, door learning analytics actief in te zetten om het onderwijsleerproces te verbeteren. Met learning analytics wordt bedoeld het verzamelen en analyseren van informatie van en over studenten en hun leercontext zodat het leerproces beter te begrepen en ondersteund kan worden. De belofte van learning analytics is dat docenten, ouders en kinderen/leerlingen tijdig gepersonaliseerde informatie ontvangen met als doel om het leerproces optimaal te ondersteunen. Op basis van een geavanceerd statistisch matchingsprogramma wordt binnen Schoolpoort bepaald welke leerlingen op elkaar lijken (profiling). Doordat gedetailleerde informatie verzameld wordt over de aanwezige leermiddelen kunnen docenten, ouders en de leerlingen op een gepersonaliseerde manier worden geïnformeerd over welke leermiddelen voor leerlingen met een bepaald profiel vermoedelijk het meest effectief zijn (recommendation). Bovendien worden er wetenschappelijke rigoureuze effectstudies uitgevoerd om te toetsen of deze vermoedelijk effectieve leermiddelen ook daadwerkelijk effectief zijn. Deze onderzoeks-cyclus binnen Schoolpoort zal een enorme maatschappelijke waarde hebben. Ten eerste zorgt deze cyclus dat de onderwijspraktijk op een structurele en verantwoorde manier wordt verbeterd en dat de kwaliteit van leermiddelen continue gecontroleerd wordt (zonder dat dit belastend is voor docenten!). Ten tweede geldt dat het aantal adaptieve en gepersonaliseerde leermiddelen enorm toeneemt ondanks dat veel van deze middelen kwalitatief onder de maat zijn (OECD, 2015). Binnen Schoolpoort worden deze leermiddelen op rigoureuze wijze getoetst op effectiviteit en efficiëntie, zodat slecht ontwikkelde en geïmplementeerde leermiddelen niet langer aanbevolen worden. Tenslotte geldt dat de aanbevelingen die gedaan worden school-overstijgend zijn. Zodoende kunnen scholen die verschillen in aanpak en de leermiddelen die gebruikt worden van elkaar leren welke leermiddelen voor welke leerlingen wel of juist niet werken.

Wanneer gepersonaliseerde aanbevelingen op een kwalitatief goede manier zijn geïmplementeerd en leermiddelen die ingezet worden in het onderwijs structureel wetenschappelijk worden getoetst op effectiviteit en efficiëntie, wordt binnen Schoolpoort de volgende stap gezet. Er worden dan voor leerlingen ook gepersonaliseerde toetsingstrajecten ontwikkeld (op basis van de waargenomen progressie). Door deze innovatieve en haalbare ontwikkelingen zal Schoolpoort een substantiële bijdrage leveren aan de structurele verbetering van het onderwijs.

Chris van Klaveren – Juni 2016

Chris van Klaveren (1977) is Associate Professor bij de Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarvoor was hij als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Maastricht (Top Institute for Evidence Based Education Research). In zijn huidige onderzoek combineert hij psychologische gedragsinzichten met learning analytics en effectevaluaties met als doel om onderwijs effectiever en efficiënter vorm te geven. Zijn meest recente onderwijsonderzoek was een grootschalige effectstudie over de effectiviteit van een digitaal adaptief oefenprogramma. Hij is lid van de adviescommissie passend onderwijs (NRO) en de programmacommissie Learning Analytics (SURF). In het verleden was hij, onder andere, lid van de wetenschappelijke raad ten behoeve van de evaluatie van een micro-simulatie model (CPB), de advies- en beoordelingscommissie anti-pestprogramma’s en redactie raadslid van de ‘best evidence encyclopedia’. Chris heeft een groot aantal wetenschappelijke publicaties in psychologische, sociologische en economische wetenschappelijke tijdschriften op zijn naam met een SCI of SSCI impact factor, heeft bijgedragen aan diverse boeken en een groot aantal nationale en internationale onderzoeksubsidies verworven.. Meer informatie kan gevonden worden over Chris van Klaveren kan worden gevonden op:

LinkedIn – https://www.linkedin.com/in/chris-van-klaveren-6679a88 

Homepage – https://sites.google.com/site/chrispbjvanklaveren 

Referenties

  • Coubergs, C, Struyven, K., Gheyssens, E. & Engels, N. (2015). ‘Het bkd-leer-kracht model: binnenklas-differentiatie realiseren in de klas’, Impuls 45(3), 151-159.
  • De Witte, K. & Van Klaveren, C. (2012), Comparing students by a matching analysis – on early school leaving in Dutch cities. Applied Economics, 44 (28), 3679-3690.
  • De Witte, K., Van Klaveren, C. & Smets, A.J.H. (2015). Can cities be held responsible for early school leaving? Evidence from the Netherlands. Policy studies, 36(2), 217-239.
  • Onderwijsraad (2011). Naar hogere prestaties in het voortgezet onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad.
  • OECD (2015), Students, Computers and Learning: Making the Connection, PISA, OECD Publishing, Paris.
  • Onderwijsraad (2011). Naar hogere prestaties in het voortgezet onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad.
  • Paludan, J. P. (2006). Personalised learning 2025. Schooling for tomorrow: Personalising education, 83-100.
  • Van Klaveren, C., Vonk, S. and Cornelisz, I. (2015). The Effect of Computerized Adaptive Practicing on Student Learning – Evidence from a Randomized Field Experiment. Working Paper